Gelderland telt acht steden die een centrumfunctie vervullen: Apeldoorn, Arnhem, Ede, Harderwijk, Nijmegen, Tiel, Zutphen en Doetinchem. Speciaal voor deze steden voert de provincie sinds 2001 het Gelders Stedelijk Ontwikkelingsbeleid (GSO). Het doel is in de centrumsteden de leefbaarheid te verbeteren. In de periode 2008-2011 was veertig miljoen euro beschikbaar voor integrale wijkontwikkeling. Het geld kreeg de provincie in die jaren beschikbaar door het dividend op de NUON aandelen.  In de komende jaren wil de Provincie geld blijven investeren in leefbaarheid, maar dan voor de steden in samenspraak met hun regiogemeenten. Inmiddels werd er een regiocontract voor de Achterhoek gesloten met de naam Achterhoek 2020, als basis voor de financiële bijdragen vanuit de Provincie. Het geld komt uit de opbrengsten van de verkoop van de NUON aandelen.

In Doetinchem is veel van dit GSO geld uit de 3 eerdere periodes onder meer geïnvesteerd in het Wijkontwikkelingsplan Oosseld, de wijk die door renovatie en nieuwbouw een tweede leven is begonnen onder de naam Bloemenbuurt.

Zaterdag 29 oktober 2011 vond in het MFA (Multifunctionele Accommodatie) de Zonneboom in de Bloemenbuurt, de officiële afsluiting plaats van de jarenlange renovatie van deze bijzondere volkswijk. De wijk is gelegen aan de oostkant van Doetinchem, tegen de rand van de bossen van de Koekendaal en de Wrange. Het was een hele feestelijke dag, die was georganiseerd voor en met de bewoners.
Bij het invallen van de avond werd door de heer Martinot, directeur van Site Woondiensten, samen met Peter Drenth als wethouder ruimtelijke ordening, in aanwezigheid van bijna het voltallige college, de nieuwe feestverlichting ontstoken en de wijk officieel teruggegeven aan de bewoners.

De wijk Oosseld was een echte na-oorlogse volkswijk. De mensen kenden elkaar of waren zelfs familie. Men ontmoette elkaar op straat, bij de buurtsuper, de basisschool, het voetballen of in de kroeg.

Uit een onderzoek in 1997 bleek dat de leefbaarheid in de wijk Oosseld te wensen over liet. Veel woningen waren door de woningcorporatie als huurwoningen gebouwd in de jaren 50 en 60, niet of slecht geïsoleerd en er stonden heel veel dezelfde soort rijen woningen. Veel gezinnen hadden een laag inkomen en er was veel werkloosheid. Het onderhoud van de voor- en achtertuinen liet vaak te wensen over en er kwamen steeds meer klachten over de slechte leefbaarheid. De spanningen liepen in de wijk regelmatig hoog op. De politie werd vaak gebeld om burenruzies op te lossen en de wijkagent en de maatschappelijk werkers hadden een stevige dagtaak.

Om de wijk in sociaal, economisch en ruimtelijk opzicht weer in balans te brengen, is door de gemeente, Sité Woondiensten en IJsselkring een wijkontwikkelingsplan (WOP) opgesteld met daarin veel aandacht voor de wensen van de toenmalige bewoners. Het inspraakproces verliep niet altijd zonder heftige protesten die de voorpagina van de krant haalden.

Het nieuwe wijkplan dat uiteindelijk in 1999 door de raad werd vastgesteld had als doel om Oosseld op het gebied van duurzaamheid, leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. Voor de wijk werd een nieuwe naam bedacht, de Bloemenbuurt, waardoor een nieuwe, frisse start gemaakt werd met veel oude maar ook heel veel nieuwe en jonge bewoners van elders.

In de oude wijk Oosseld werden 165 woningen en 128 flatwoningen gesloopt. Er kwamen meer dan vijfhonderd nieuwe woningen voor terug. De Bloemenbuurt is nu een mengeling van koop- en huurwoningen met vrijstaande en rijwoningen. Diverse architecten hebben voor de verschillende gebieden in de buurt de huizen ontworpen. Door deze verscheidenheid is er voldoende keuze voor mensen met een verschillend budget. Dit zorgt voor een gemixte sociale samenstelling van de buurt. De oorspronkelijke bewoners kregen een tijdelijke ruilwoning aangeboden in afwachting van nieuwbouw en ze kregen een terugkeergarantie. Veel bewoners hadden echter geen vertrouwen in een goede afloop en vonden dat het bijzondere karakter van de buurt werd verpest door de ingrijpende plannen. Zij kozen voor een vervangende huurwoning in andere wijken in Doetinchem.

Behalve sloop en vervangende nieuwbouw van huizen werd ook het oude winkelcentrum aan de Dennenweg gerenoveerd. Aan de overzijde werd een MFA gebouwd waarin de basisscholen samen onderdak vonden met het buurt- en clubhuiswerk, de wijkagent, het opbouwwerk, peuterspeelzaal en zelfs een deels ondergrondse sporthal. Dit werd, na een wat moeilijke start, het nieuwe kloppende hart van de wijk.

Liesebeth Berens
1e Fractieopvolger

Reageren? mail naar liesbeth.berens@cda-doetinchem.nl